150 jaar
Als een generaal overzag mijnheer Bastin
de vlakte van Bossuit alwaar zijn troepen
waren opgesteld. Weldra kondigde zich
een nieuwe dageraad aan waarop hij
dwars door het landschap een bres
naar Kortrijk zou forceren. Hij keek.
En zag.
Een leger haveloze uit natte klei geboren gravers
voeten wijdbeens en enkeldiep in de grond gezogen,
een cavalerie van struise Brabanders, dampend
stampend, huiverend in de kille ochtendlucht.
Bij royaal besluit spleten duizend spades
in trefzekere slagen het verleden van het heden.
Langzaam, dag na dag, plooide het landschap
op een as terug.
In dikke lagen dagzomende geschiedenis op taluds
in veldovens gebakken werd de toekomst gebed.
Toen kwam de koning en voer het water op.
En overal juichte het volk.
4 februari 2011
Yves De Bosscher
de vlakte van Bossuit alwaar zijn troepen
waren opgesteld. Weldra kondigde zich
een nieuwe dageraad aan waarop hij
dwars door het landschap een bres
naar Kortrijk zou forceren. Hij keek.
En zag.
Een leger haveloze uit natte klei geboren gravers
voeten wijdbeens en enkeldiep in de grond gezogen,
een cavalerie van struise Brabanders, dampend
stampend, huiverend in de kille ochtendlucht.
Bij royaal besluit spleten duizend spades
in trefzekere slagen het verleden van het heden.
Langzaam, dag na dag, plooide het landschap
op een as terug.
In dikke lagen dagzomende geschiedenis op taluds
in veldovens gebakken werd de toekomst gebed.
Toen kwam de koning en voer het water op.
En overal juichte het volk.
4 februari 2011
Yves De Bosscher
1861 : Een kanaal van Bossuit naar Kortrijk !
In 1857 streken honderden mannen en paarden in Bossuit neer. De “Société Anonyme du Canal de Bussuyt à Courtrai” zou van start gaan met de aanleg van het Kanaal Bossuit-Kortrijk. In amper drie jaar tijd zouden ze dit heuse en voor die tijd vooruitstrevende bouwproject verwezenlijken. Het was een aannemer uit Zwevegem, de heer Bastin, die de opdracht aannam om het kanaal te graven en de kunstwerken te bouwen, met uitzondering van het Pompgebouw van Bossuit.
1194 arbeiders en 45 paarden hebben 3 jaar lang elke dag gewerkt; onder hen 889 grondwerkers, 2 taluteurs, 180 steenbakkers, 20 timmerlieden, 105 mijnwerkers (van Engelse nationaliteit). Ze groeven een traject van 15,387 km, 2.20 m diep, 10 m breed op de bodem. Daarbij bouwden ze 11 sluizen, 15 sluiswachterwoningen, 18 bruggen, de souterrain van 611 m en een Pomphuis te Bossuit. Langs het kanaal bouwden ze 47 veldovens. Ter plaatse maakten ze met de uitgegraven klei ruim 13 miljoen bakstenen. Met die bakstenen bouwden ze de 11 kunstwerken(sluizen), de bijhorende sluiswachterwoningen, de souterrain en het Pomphuis van Bossuit. De bakstenen vloer die je in het Pompstation vindt, werd ook uit deze klei gebakken.
Doel van het kanaal was een rechtstreekse verbinding te maken langs binnenwateren, van Henegouwen naar de haven van Oostende, voor de export van steenkool en voor bevoorrading van de Noord-Franse industrieregio (Roubaix, Tourcoing). Dit kanaal zou de omweg van 130 km langs Gent vermijden. Daardoor zou de reisroute 8 dagen minder lang duren.
De keuze van Bossuit als startplaats was helemaal niet toevallig. Het dorp leefde al vele jaren van de schippers op de Schelde. Er lagen soms meer dan twintig boten die er halt hielden voor de nacht. De vaarweg op de Schelde naar Doornik en Oudenaarde telde vele meanders die heel wat stuurmanskunst vereisten. Bovendien was hier een tolhuis. Hier, in Bossuit, verlieten schippers het Doornikse om Vlaanderen binnen te varen.
Op 1 oktober 1860 opende Koning Leopold I in aanwezigheid van de Koninklijke familie het Pomphuis officieel. Het feest ging door in de Oranjerie van het Kasteel van Bossuit. Toen was nog maar een gedeelte van het Kanaal klaar.
Door de grote vorst die winter, (ook de Leie en de Schelde waren toen dichtgevroren) konden schepen pas vanaf 7 februari 1861 voor het eerst het hele traject op het kanaal afvaren.
1194 arbeiders en 45 paarden hebben 3 jaar lang elke dag gewerkt; onder hen 889 grondwerkers, 2 taluteurs, 180 steenbakkers, 20 timmerlieden, 105 mijnwerkers (van Engelse nationaliteit). Ze groeven een traject van 15,387 km, 2.20 m diep, 10 m breed op de bodem. Daarbij bouwden ze 11 sluizen, 15 sluiswachterwoningen, 18 bruggen, de souterrain van 611 m en een Pomphuis te Bossuit. Langs het kanaal bouwden ze 47 veldovens. Ter plaatse maakten ze met de uitgegraven klei ruim 13 miljoen bakstenen. Met die bakstenen bouwden ze de 11 kunstwerken(sluizen), de bijhorende sluiswachterwoningen, de souterrain en het Pomphuis van Bossuit. De bakstenen vloer die je in het Pompstation vindt, werd ook uit deze klei gebakken.
Doel van het kanaal was een rechtstreekse verbinding te maken langs binnenwateren, van Henegouwen naar de haven van Oostende, voor de export van steenkool en voor bevoorrading van de Noord-Franse industrieregio (Roubaix, Tourcoing). Dit kanaal zou de omweg van 130 km langs Gent vermijden. Daardoor zou de reisroute 8 dagen minder lang duren.
De keuze van Bossuit als startplaats was helemaal niet toevallig. Het dorp leefde al vele jaren van de schippers op de Schelde. Er lagen soms meer dan twintig boten die er halt hielden voor de nacht. De vaarweg op de Schelde naar Doornik en Oudenaarde telde vele meanders die heel wat stuurmanskunst vereisten. Bovendien was hier een tolhuis. Hier, in Bossuit, verlieten schippers het Doornikse om Vlaanderen binnen te varen.
Op 1 oktober 1860 opende Koning Leopold I in aanwezigheid van de Koninklijke familie het Pomphuis officieel. Het feest ging door in de Oranjerie van het Kasteel van Bossuit. Toen was nog maar een gedeelte van het Kanaal klaar.
Door de grote vorst die winter, (ook de Leie en de Schelde waren toen dichtgevroren) konden schepen pas vanaf 7 februari 1861 voor het eerst het hele traject op het kanaal afvaren.